Wetgeving camerabewaking
De camerawet en de wet op de privacy
CCTV- wetgeving
De wet van 21 maart 2007 is gekend als de camerawet (aangepast door de bepalingen van de Wet van 21 maart 2018). Toch moet ook de privacywet nog worden nageleefd in alle zaken die de bescherming van persoonsgegevens aanbelangen en die niet door de camerawet zijn geregeld.
Wat is nu eigenlijk heel precies een bewakingscamera?
Volgens de camerawet is een bewakingscamera: elk vast of mobiel observatiesysteem met de bedoeling misdrijven te voorkomen, vast te stellen of op te sporen (bijvoorbeeld, de syndicus die vandalisme wil tegengaan in de inkomhal van een appartementsgebouw),
- of om overlast te voorkomen, vast te stellen of op te sporen (bijvoorbeeld de gemeente die wil beletten dat rondhangjongeren bepaalde straten of pleinen terroriseren),
- of om de orde te handhaven (bijvoorbeeld tijdens een braderie of een rockconcert); dat alleen voor deze doelen beelden verzamelt, verwerkt of bewaart.
Deze definitie omvat het overgrote deel van de geplaatste camera’s. Andere camera’s moeten in principe de voorschriften van de privacywet naleven. Een voorbeeld hiervan is het hangen van een webcam door een gemeente op het marktplein, louter om beelden van het plein te laten zien aan de burgers.
Wanneer moeten de voorschriften van de camerawet worden nageleefd?
Er moeten twee voorwaarden zijn vervuld: telkens er een bewakingscamera wordt geplaatst en gebruikt die een opdracht van bewaking en toezicht uitoefenen.
De uitzonderingen
Toch zijn er bepaalde bewakingscamera’s die de voorschriften van de camerawet niet moeten toepassen: bewakingscamera’s die door een bijzondere wetgeving worden geregeld.
- De voetbalwet is hier een voorbeeld van;
- De bewakingscamera’s op de werkplaats met het oog op de veiligheid en de gezondheid, de bescherming van de goederen van de onderneming, de controle van het productieproces en de controle van de arbeid van de werknemer. In de privésector moet dan CAO (collectieve arbeidsovereenkomst) nr. 68 worden nageleefd.
Het kan gebeuren dat op de werkplaats zowel de camerawet als de CAO nr. 68 over camerabewaking gelijktijdig worden toegepast. De praktijk wijst immers uit dat de beide doelen op hetzelfde moment aanwezig kunnen zijn en dat er vaak maar één camerasysteem gebruikt wordt. Een gekend voorbeeld is de camerabewaking in een grootwarenhuis. Deze camera’s kunnen tegelijk dienen om toezicht te houden op de personeelsleden die de kassa bedienen en om misdrijven (bv. diefstal) te voorkomen, waarbij dan ook klanten gefilmd kunnen worden. Aan de ene kant moet de verantwoordelijke voor de verwerking dus de camerawet eerbiedigen voor de personen die onder de camerawet vallen (bijv. de klanten) en aan de andere kant de privacywet voor de camerabewaking op de werkplaats (het personeelslid dat de kassa bedient) (met een aantal bijkomende vereisten als CAO nr. 68 van toepassing is).
Waar mogen er bewakingscamera’s worden geplaatst?
De camerawet heeft drie types van plaatsen voorzien en voor elke type plaats gelden andere of strengere voorschriften:
- de niet-besloten plaats
“Elke plaats die niet door een omsluiting is afgebakend en vrij toegankelijk is voor het publiek”.
Voorbeelden: de openbare weg, een marktplaats, een gemeenteplein,…
Onder “omsluiting” moeten we minstens een visuele afbakening verstaan, bijvoorbeeld een bordje met de tekst “privé” of met de tekst “voorbehouden voor klanten”. De afbakening moet natuurlijk op een wettige manier zijn gebracht. - de besloten plaats voor het publiek toegankelijk
“Elk besloten gebouw of elke besloten plaats die uitsluitend bestemd is voor het gebruik door het publiek”
Voorbeelden: een handelszaak, shoppingcentra, grootwarenhuizen, een loketzaal van een bank, musea, een sportzaal, een restaurant, cafés, een kabinet van een dokter,… - de besloten plaats niet voor het publiek toegankelijk
“Elk besloten gebouw of elke besloten plaats die uitsluitend bestemd is voor het gebruik door de gewoonlijke gebruikers”.
Voorbeelden: de familiewoning, een appartementsgebouw (ook de gemeenschappelijke toegangshal), een kantoorgebouw (waar geen diensten aan publiek worden aangeboden), fabrieken, …
Wanneer er twijfel bestaat over de soort plaats of als er verschillende plaatsen door éénzelfde camerasysteem worden gecontroleerd, zal het strengste regime van toepassing zijn. Zo zal bijvoorbeeld het regime van de voor het publiek toegankelijke besloten plaats moeten gehanteerd worden indien één camerasysteem zowel de front office (de ruimte waar de klant staat) als de back office (de ruimte waar de bankbediende werkt) van een bank controleert.
Centrale figuur: de verantwoordelijke voor de verwerking
De verantwoordelijke voor de verwerking is dezelfde als bij de privacywet. Hij is dus de persoon die het doel en de middelen voor de verwerking bepaalt, hier dus het registreren van beelden. Het kan gaan over een natuurlijke persoon (bijv. een arts), een rechtspersoon (bijv. een bvba) , een vereniging (bijv. een sportclub) of een overheid (bijv. de politie). Het is de verantwoordelijke voor de verwerking die de wet moet naleven en verantwoordelijk zal gesteld worden wanneer de camerawet wordt overtreden. Hij is bovendien ook de contactpersoon zowel voor de gefilmde persoon als voor de controlerende overheid.
Het gebruik van de beelden
De camerawet schrijft ook voor op welke manier de beelden mogen bekeken worden en dit verschilt naargelang de soort plaats waar er werd gefilmd.
- De niet-besloten plaats
Wanneer de camera hangt op een niet-besloten plaats (bijv. de openbare weg) mag men de beelden uitsluitend bekijken in real time onder de volgende voorwaarden: onder toezicht van de bevoegde overheid (een uitvoeringsbesluit kan dit uitbreiden);
voor de volgende reden: opdat de politiediensten onmiddellijk kunnen ingrijpen bij misdrijven, schade of ordeverstoring en tijdens hun optreden optimaal kunnen worden gestuurd.
De beelden daadwerkelijk opnemen (op band of schijf) is uitsluitend toegestaan om bewijzen te verzamelen over misdrijven of schade en om daders, ordeverstoorders, getuigen of slachtoffers op te sporen en te identificeren. - De besloten voor het publiek toegankelijke plaats (bijv. lokettenzaal van een bank)
Hier mogen de beelden uitsluitend in real time worden bekeken om onmiddellijk te kunnen ingrijpen bij misdrijven, schade of ordeverstoring. De beelden daadwerkelijk opnemen (op band of schijf) is uitsluitend toegestaan om bewijzen te verzamelen van misdrijven of schade en ook om daders, ordeverstoorders, getuigen of slachtoffers op te sporen en te identificeren.
De bewaartermijn van de beelden
De beelden mogen volgens de camerawet worden bewaard. De bewaartermijn is nooit langer dan één maand. Behalve als opgenomen beelden kunnen dienen om een misdrijf aan te tonen of schade te bewijzen of om een dader, een ordeverstoorder, een getuige of een slachtoffer te identificeren. In dat geval mogen ze langer worden bewaard.
Het pictogram en het verbod om bepaalde beelden te verwerken De verantwoordelijke voor de verwerking moet u verwittigen dat hij gebruik maakt van een bewakingscamera. Dit zal hij doen met een pictogram. De camerawet voorziet (via een koninklijk besluit) een uniform model, zodat het voor u als burger altijd duidelijk is dat u wordt gefilmd. Op dit pictogram staan een aantal inlichtingen (onder andere de contactpersoon).
- De bewakingscamera mag nooit stiekem of heimelijk worden gebruikt. De camerawet verbiedt dit. Dit betekent dat u als gefilmde persoon altijd uw voorafgaande toestemming moet geven. Het feit dat u een plaats binnenkomt waar een pictogram u van het bestaan van een bewakingscamera verwittigt, wordt aanzien als een voorafgaande toestemming. Bepaalde beelden mogen helemaal niet verwerkt worden, onder meer beelden die:
- uw intimiteit schenden (denk maar aan een camera in de toiletten);
gericht zijn op het inwinnen van informatie over uw filosofische, religieuze, politieke, syndicale gezindheid, etnische of sociale origine, het seksuele leven of de gezondheidstoestand, (de bewakingscamera langs een drukke winkelstraat dient niet om het aantal gesluierde vrouwen te tellen die hun inkopen doen in een bepaalde winkel).
Officiële pictogrammen en contactgegevens
Om de zichtbaarheid en bewustwording te vergroten, vereist de wet dat officiële pictogrammen naast de ingang van het pand worden aangebracht. Deze pictogrammen moeten ook de contactgegevens van de eigenaar of verantwoordelijke weergeven. Hiermee waarborg je de privacy van individuen en maak je duidelijk dat er cameratoezicht plaatsvindt.
Vanaf 11/06/2018 moeten een aantal nieuwe vermeldingen aangebracht worden op het pictogram teneinde rekening te houden met de GDPR:
Het postadres en, in voorkomend geval, het e-mailadres of een telefoonnummer waarop de verantwoordelijke voor de verwerking of zijn vertegenwoordiger bereikt kan worden. (telefoonnummer is nieuw). In voorkomend geval, de gegevens van de functionaris voor gegevensbescherming (DPO) (aanstelling DPO is in bepaalde gevallen verplicht door de GDPR bvb. overheidsinstellingen of bedrijven met grootschalige verwerkingen). In voorkomend geval, de website van de verantwoordelijke voor de verwerking waar de betrokken personen alle informatie over de beeldverwerking door middel van deze bewakingscamera’s kunnen raadplegen. Wanneer het gaat om camerabewaking door middel van camera’s voor automatische nummerplaatherkenning, wordt de vermelding «ANPR» in duidelijk zichtbare zwarte hoofdletters toegevoegd op het pictogram, aan de binnenkant van de tekening van de bewakingscamera. GDPR-wetgeving en aangifteplicht
Het is essentieel om te benadrukken dat zowel de Camerawetgeving als de GDPR-wet van kracht blijven en in acht moeten worden genomen. In het geval van tegenstrijdigheden primeert de GDPR altijd op de camerawetgeving. Het is van het grootste belang om de privacyrechten van individuen te respecteren en te waarborgen.
Recht op toegang
Iedereen die gefilmd wordt, heeft een recht op inzage in de beelden. Dit recht kan natuurlijk alleen maar uitgeoefend worden als de beelden ook daadwerkelijk werden opgenomen. Om dit recht uit te oefenen volstaat een gemotiveerd verzoek aan de verantwoordelijke voor de verwerking.
Register van de beeldverwerkingsactiviteiten Zoals voorzien is door de Europese Verordening Gegevensbescherming (GDPR), legt de camerawet u eveneens de verplichting op om een register van uw beeldverwerkingsactiviteiten bij te houden. Dit register moet, op aanvraag, ter beschikking worden gesteld aan de Gegevensbeschermingsautoriteit (de vroegere CBPL) om haar de mogelijkheid te bieden haar controleopdracht uit te voeren. Dit register zal een schriftelijke vorm aannemen, al dan niet elektronisch, en moet worden bijgewerkt. Meer informatie omtrent het register van de beeldverwerkingsactiviteiten vindt u op de website van de gegevensbeschermingsautoriteit (https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/professioneel/avg/register-van-verwerkingsactiviteiten/hoestel-ik-mijn-register-op).
De aangifte van een bewakingscamera
Als u een bewakingscamera plaatst, dan moet u hiervan aangifte doen via het elektronisch loket dat eveneens de aangiften van de alarmsystemen ontvangt. De camerawet heeft hiervoor specifieke aangifteprocedures voorzien.
Er zijn verschillende mogelijkheden.
- De niet-besloten plaatsen
Nog voor u als verantwoordelijke voor de verwerking een bewakingscamera plaatst in een niet-besloten plaats, moet u een positief advies bekomen van de betrokken gemeenteraad, en een positief advies bekomen van de betrokken korpschef van de politiezone. Uit dit advies blijkt dat een veiligheids-en doelmatigheidsonderzoek werd uitgevoerd en dat de plaatsing beantwoordt aan de privacywet.De aangifte zelf gebeurt via een formulier dat specifiek werd opgesteld voor het aangeven van een bewakingscamera op een niet-besloten plaats. Dit formulier moet u sturen naar de Commissie (uiterlijk de dag vóór het gebruik van de bewakingscamera). - De besloten plaatsen die wel of niet toegankelijk zijn
De aangifte gebeurt via een elektronisch loket (http://www.aangiftecamera.be) (uiterlijk de dag vóór de ingebruikname van de bewakingscamera). De aangifte bevestigt dat het gebruik van de bewakingscamera overeenkomstig de privacywet gebeurt. Uitzondering op de aangifte: u moet geen aangifte doen wanneer u een bewakingscamera plaatst op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek en die alleen dient voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik, dus in uw eigen woning.Bestaande camera’s Indien u reeds uw bewakingscamera’s had aangegeven op het vroegere elektronische loket van de CBPL dan moet u uw camera’s eveneens aangeven op deze nieuwe applicatie. Er werd een overgangsperiode van twee jaar voorzien om u de tijd te geven dit te doen; u heeft dus tot uiterlijk 25 mei 2020 om in orde te zijn wat dit punt betreft.
CAO 68 en Camerabewaking
- Doel en Toepassing: CAO 68 is een collectieve arbeidsovereenkomst die specifiek gericht is op de bescherming van de privacy van werknemers in de context van camerabewaking. Het regelt de voorwaarden waaronder camerabewaking in bedrijven kan plaatsvinden.
- Aankondiging en Informatie:
Werkgevers zijn verplicht om werknemers vooraf te informeren over de installatie van camerabewakingssystemen.
Dit omvat het doel van de bewaking, de locatie van de camera’s en de opnametijden. - Privacy en Respect:
• Camerabewaking mag niet plaatsvinden op plaatsen waar werknemers een redelijke verwachting van privacy hebben, zoals kleedkamers, toiletten of rustruimtes.
• De camerabewaking moet proportioneel zijn en mag alleen worden ingezet waar dit noodzakelijk is voor veiligheid en beveiliging. - Toegang tot Beelden:
• Beelden mogen alleen toegankelijk zijn voor specifieke, daartoe bevoegde personen.
• Werknemers hebben recht op inzage in de beelden die hen betreffen. - Bewaartermijn:
Er is een maximum bewaartermijn voor de opgenomen beelden. Dit is doorgaans niet langer dan 30 dagen, tenzij er een specifieke reden is om beelden langer te bewaren (bijvoorbeeld voor onderzoek naar een incident). - Meldingsplicht:
Werkgevers moeten hun camerabewakingssystemen melden aan de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA).
Algemene informatie over GDPR en camerabewaking
Bij het opzetten van een camerabewakingsysteem is het essentieel om rekening te houden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR). Hieronder vindt u enkele belangrijke aandachtspunten:
- Doel van de bewaking:
Zorg ervoor dat de camerabewaking een specifiek, legitiem doel dient, zoals veiligheid, bescherming van eigendommen of het voorkomen van criminaliteit. - Transparantie:
Informeer betrokkenen (werknemers, bezoekers) over de aanwezigheid van cameratoezicht via duidelijke signalisatie. - Data minimalisatie:
Beperk de opname tot wat noodzakelijk is voor het beoogde doel. Vermijd overmatige opname van persoonlijke gegevens. - Bewaartermijn:
Stel een beleid op voor hoe lang beelden worden bewaard en zorg ervoor dat deze termijn niet langer is dan nodig is voor het doel. - Toegang tot beelden:
Reguleer wie toegang heeft tot de opgenomen beelden en zorg ervoor dat er procedures zijn voor het aanvragen van toegang. - Risicoanalyse:
Voer een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) uit indien nodig, vooral als het systeem risico’s voor de privacy met zich meebrengt.
Hulpbronnen en documentatie
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/professioneel
https://www.belgium.be/nl/justitie/privacy/camerabewaking
Indien u verdere ondersteuning nodig heeft bij het opstellen van uw document, staan wij uiteraard klaar om u te helpen.
Relevante Documentatie
Voor meer gedetailleerde informatie en de volledige tekst van CAO 68, kun je de volgende bronnen raadplegen:
- Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid – hier vind je meer informatie over CAO’s en werkgerelateerde regelgeving.
- Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) – voor richtlijnen en documentatie met betrekking tot privacy en camerabewaking.